Home / Actueel / Uncategorized / Samenwerking praktijk en onderzoek: “Collectieve aanpak natuurbeheer motiveert boeren voor transitie naar duurzame landbouw”

Samenwerking praktijk en onderzoek: “Collectieve aanpak natuurbeheer motiveert boeren voor transitie naar duurzame landbouw”

Er zijn meerdere factoren wat het ANLb-stelsel succesvol maakt, één daarvan is de motivatie van de deelnemers. In het Europese project Contracts2.0 onderzocht Rena Barghusen welke rol motivatie speelt bij het collectief uitvoeren van het agrarisch natuur en landschapsbeheer (ANLb). Barghusen is een PhD onderzoeker aan het ZALF instituut in Duitsland, gespecialiseerd in sociaal-economische vraagstukken binnen de landbouw. Het onderzoek deed ze in samenwerking met Claudia Sattler (ZALF, Lisa Deijl (BoerenNatuur), Carleen Weebers (BoerenNatuur) en Bettina Matzdorf (ZALF).

Motivatie vragenlijst

Nederland is het enige land ter wereld die ANLb is groepsverband uitvoert en daarom zeer geschikt voor dit onderzoek. Barghusen vroeg de agrarische collectieven naar wat zij denken dat de grootste motivaties zijn van boeren om mee te doen. Collectieven zijn makkelijk te benaderen en medewerkers van de collectieven zijn experts hierin, ze werken immers dagelijks met boeren. Ze praten met hun deelnemers over ANLb maatregelen, wat werkt het best voor hun bedrijf en waarom ze voor bepaalde maatregelen kiezen. Zij hebben een vragenlijst ingevuld over motivatie van hun deelnemers. Ook was het belangrijk om de collectieven in dit onderzoek te betrekken omdat het collectieven bewust maakt van hoe ze op de wensen van de verschillende boeren kunnen inspelen

Belang van groepsgevoel

Barghusen heeft drie soorten motivatie geformuleerd. A) externe motivatie: hoeveel kosten/baten  een boer ervaart van ANLb uitvoeren. B) intrinsieke motivatie: bijvoorbeeld het zich bewust zijn van de ecologische problemen en daar verantwoordelijkheid voor voelen. Deze twee categorieën beoordeelden de collectieven als belangrijkste bron van motivatie; een kloppend financieel plaatje en de persoonlijke motivatie om het landschap en de natuur waarin de deelnemer leeft te behouden.

Laatste categorie is C) collectieve motivatie, bijvoorbeeld meedoen omdat je bij een groep hoort en gemotiveerd raken van het werk van de buurman. Hier hadden ze een minder eenduidig beeld over het effect van deze collectiviteit op motivatie voor deelname. Er waren collectieven die het belang van het groepsgevoel benadrukten, waar anderen hier geen mening over hadden. Uit onderzoek van Judith Westerink blijkt wel dat boeren collectieven zien als plekken waar nieuwe normen voor ‘goed boeren’ worden gevormd.

Barghusen: “Ik denk dat de collectieve motivatie ook een belangrijke motivatie kan zijn  voor een boer. Het collectief drijft op betrokken deelnemers. Samen werk je aan de ecologie in je gebied, samen leer je wat goed is voor de biodiversiteit, welke maatregel werkt goed en welke niet. Je wisselt deze kennis uit met elkaar. Deelnemers zijn onderdeel van de organisatie, als boer, maar soms ook als werknemer of bestuurslid. Samen draag je de verantwoordelijkheid voor de natuur en landschap van een gebied.”

Deijl: “Als collectieven zich minder bewust zijn van deze motivatie bij boeren, kunnen zie hier ook hun voordeel niet mee doen. Misschien, als je inspeelt op deze collectieve motivatie, kan je meer maatregelen beter uitvoeren met meer deelnemers. De resultaten van deze studie gebruikt BoerenNatuur nu als inspiratie om collectieven te helpen met hun ontwikkeling in de toekomst.

Succesvol maatregelen uitvoeren

Andere belangrijke elementen om met gemotiveerde boeren succesvol agromilieu maatregelen uit te voeren zijn volgens Barhusen de volgende: 1. Goede financiering, zoals waarbij boeren meer beloning krijgen als ze groene maatregelen uitvoeren. 2. Kennis, vergroot de persoonlijke motivatie van boeren met meer kennis, maak hen bewust van hun omgeving en hun gebied. 3. Collectiviteit, benadruk leren van elkaar en de kracht van groepskennis. Barhusen: “Maar niks hiervan werkt als de financiële beloning niet klopt. Als de boer zijn inkomen vermindert zodra hij agromilieu maatregelen uitvoert, dan raakt hij gedemotiveerd en zal hij stoppen.”   

Wetenschap linken aan de praktijk

Barghusen vind het bijzonder dat ze als onderzoeker de wetenschap kon linken aan de praktijk door de samenwerking met BoerenNatuur. Barghusen: “De mensen van BoerenNatuur hebben ons geholpen bij het benaderen van de collectieven, gaven achtergrond informatie over de collectieven en de deelnemers waardoor de data makkelijker te analyseren was, en vormden een klankbord voor mij en mijn collega-onderzoekers. De samenwerking maakt het onderzoek ook relevant, omdat collectieven de resultaten kunnen gebruiken om na te denken over hoe ze boeren aan zich kunnen binden.” Voor BoerenNatuur was het ook een prettige samenwerking, zegt Lisa: “Het is fijn als onderzoek toepasbaar is, en dat realiseer je door betrokken partijen vanaf het begin mee te nemen. Wij hopen bij BoerenNatuur ook dat dit onderzoek kan dienen als inspiratiebron voor andere collectieve initiatieven in Europa.”

10 januari 2022
Deel dit bericht
Geplaatst in: