Home / Actueel / Beheermonitoring: Een evaluatie van de afgelopen vier jaar

Beheermonitoring: Een evaluatie van de afgelopen vier jaar

BoerenNatuur organiseerde op 29 november 2019 een symposium over beheermonitoring om samen met collectieven en experts te kijken hoe het gaat met die monitoring. Bij de start van het ANLb in 2016 zijn er protocollen opgesteld voor beheermonitoring. Het was tijd om na vier jaar ervaring te kijken hoe de beheermonitoring is uitgevoerd, met welk doel en wat er van geleerd is. Tijdens het symposium stond centraal hoe je het effect van het beheer op habitatkwaliteit en op de doelsoorten in samenhang kunt bekijken.

Willemien Geertsema van BoerenNatuur introduceerde het symposium, onder andere met de uitleg wat ook al weer het verschil tussen beheermonitoring door de collectieven en beleidsmonitoring door de provincies. Willemien: “Voor beheermonitoring is het belangrijk om niet alleen soorten te tellen, maar vooral ook vast te leggen wat je precies doet binnen een beheereenheid. Zo kan je leren waarom dingen wel en niet goed gaan op specifieke plekken en dat vergelijken met andere plekken in vergelijkbaar leefgebied.”

Boerennatuur | natuurinclusieve landbouw | Agrarisch natuurbeheer | beheermonitoring

De vier leefgebieden in het ANLb (open grasland, open akker, natte dooradering en droge dooradering) verschillen niet alleen in doelsoorten en aanpak in beheer, maar ook in aanpak van beheermonitoring. Het verschil in aanpak komt door verschil in ecologie, maar ook verschil in ervaring met beheermonitoring en beschikbare methoden. Monitoring van weidevogels kent een lange traditie met veel ervaren vrijwilligers. Bij de andere leefgebieden is die kennis nog veel meer in ontwikkeling. Een punt van aandacht is de registratie en beschikbaarheid van de monitoringsdata. De verspreidingsgegevens van soorten worden momenteel hoofdzakelijk in landelijke databases opgeslagen, waarbij AviMap van Sovon en de Boerenlandvogelmonitor van Landschappen NL de meest gebruikte zijn.

De leefgebieden kregen afzonderlijk aandacht in de discussie deze dag. Deskundigen van soortorganisaties en ervaringsdeskundigen vanuit de collectieven spraken over de specifieke aanpak van monitoring van de leefgebieden.

Harm Kossen van Natuurrijk Limburg lichtte toe hoe zij de beheermonitoring aanpakken. Hij benadrukt dat inzicht in terreingebruik door soorten belangrijker is dan stippenkaarten (punten op een kaart waar je soorten hebt gezien). Veldmedewerkers die dat inzicht hebben en delen met deelnemer is cruciaal. Het goed documenteren van beheer helpt dan om het beheer verder te verbeteren.

In de akkergebieden in Noordoost Groningen is veel geïnvesteerd in het opzetten van beheermonitoring van akkervogels. De ontwikkelde protocollen worden nu ook door andere collectieven gebruikt. In Groningen wordt gewerkt met referentiegebieden, zodat goed te zien is wat de toegevoegde waarde van beheer is. Marjon Schultinga laat veelbelovende resultaten zien. Niet alleen het beheer en vogels worden in kaart gebracht, ook de aanwezige onkruiddruk wordt meegenomen, omdat dit grote gevolgen heeft voor de inpasbaarheid in de bedrijfsvoering. Marjon merkt op dat boeren vooral geïnteresseerd zijn in de beheerresultaten in hun eigen deelgebied (‘cluster’).

Boerennatuur | natuurinclusieve landbouw | Agrarisch natuurbeheer | beheermonitoring

Jeroen de Vries van collectief Súdwestkust vertelde over de uitdagingen bij de start van het beheer en monitoring van het leefgebied natte dooradering. Waar begin je als er nog geen kennis in huis is? Jeroen de Vries: “Die hebben we opgehaald bij experts van RAVON. In samenwerking met kenniscentrum RAVON  is er een app ontwikkeld voor ons leefgebied. Op basis van verschillende kenmerken van sloten heeft RAVON praktische kennis aangeleverd die helpt bij het monitoren. Hierdoor krijg je een uniforme manier van monitoren en verzamel je alle data op één centrale plek.” Rémon ter Harmsel van RAVON voegt daar nog aan toe dat het belangrijk is om exacte beheermaatregelen af te spreken om te voorkomen dat je achteraf niet meer weet wat je gedaan hebt en er dus ook niet van valt te leren.

Mark Kuiper van collectief Noord-Holland Zuid vertelde over hoe zij gegevens over nesten van weidevogels in het broedseizoen gebruiken om deelnemers te adviseren over het beheer. Actueel inzicht in de situatie in het veld wordt met elkaar gedeeld om de vogels zo goed mogelijk te beschermen en van elkaar te leren.




Monitoren van doelsoorten is belangrijk, maar via het ANLb sturen we vooral op habitatkwaliteit. Dat gebeurt op plekken waar de kans dat doelsoorten er gebruik van maken zo groot mogelijk is. Of dieren daadwerkelijk aangetroffen worden, hangt van meer af dan alleen het ANLb. De reactie van soorten op het beheer ijlt bovendien na in de tijd. Om deze redenen werd er tijdens het symposium ook uitvoerig gesproken over mogelijkheden om habitatkwaliteit te monitoren. De uitdaging is om die habitatkwaliteit concreet en toetsbaar te maken. Dit kan door met gidssoorten te werken. Als de kwaliteit van het leefgebied op orde is voor een gidssoort, betekent dat dat het ook in orde is voor veel andere soorten. Dick Melman licht dit toe en in afzonderlijke sessies per leefgebied werd doorgesproken welke kenmerken van landschappen, beheer en beheereenheden te gebruiken zijn om de kwaliteit te monitoren. De monitoring van habitatkwaliteit, zowel de opzet als verkennen van de uitvoerbaarheid zal na het symposium verder worden uitgewerkt. De kenniskringen van de collectieven, georganiseerd rond de leefgebieden, spelen hier een rol in. Ook zijn onderzoekers van WEnR bezig dit projectmatig verder uit te werken.

Meer informatie kan je terecht bij Willemien Geertsema: wgeertsema@boerennatuur.nl

13 januari 2020
Deel dit bericht
Geplaatst in: