Home / Actueel / Een zoemend hommellandschap in het Geuldal, Limburg

Een zoemend hommellandschap in het Geuldal, Limburg

Bijenexpert, David Kleijn schrijft al jaren rapporten over de staat van de boerennatuur in Nederland o.a. ook over hoe het met de hommel en andere wilde bijen gaat in Nederland. Dat zijn geen opbeurende rapporten. Ruim twee jaar geleden kwamen Kleijn en Natuurrijk Limburg met elkaar in contact bij het akkervogel symposium in Leuven. Daar begon het idee om samen met bijenexpert Ivo Raemakers te werken aan maatregelen die positief bij dragen aan de biodiversiteit in het Geuldal en zo de boshommel proberen terug te krijgen in het Limburgse landschap.

Limburg is van oudsher een rijk bijengebied door de verscheidenheid aan graslanden op kalkrijke grond. Er is gekozen om de verdwenen boshommel te gebruiken als gidssoort, omdat deze mooi en gemakkelijk herkenbaar is, een groot leefgebied én het hele jaar door bloemen nodig heeft. De boshommel is daarmee een goede indicator om te zien of het goed gaat met de biodiversiteit op landschapsschaal. Raemakers en Kleijn hebben een pakket aan effectieve maatregelen samengesteld, voor boeren en terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten en Waterschap Limburg. In het Geuldal ligt 2724 ha aan Natura 2000 gebied. Samen met de akkerranden, wegbermen, heggen en waterbuffers die tussen de natuurgebieden liggen maken zij het hele landschap geschikt voor de hommel en daarmee voor alle andere insecten en dieren.

Samen met ecologen van de WUR heeft Raemakers vanaf het begin gemonitoord hoe het met de biodiversiteit gaat. Zodat meteen het effect van de aanpassingen in het landschap gemeten kan worden. Inzet is dat boeren in het agrarisch natuurbeheer hun knip- en scheerheggen minimaal gedeeltelijk laten uitgroeien zodat zij in bloei kunnen komen. In  akkerranden wordt geëxperimenteerd met stroken klaver, cichorei, knoopkruid voor nectar en stuifmeel voor hommels. Grond van terreinbeheerders wordt minder intensief begraasd of gehooid, zodat bloemen de kans krijgen te bloeien en het gras in waterbuffers wordt minder vaak gemaaid. Dit alles bij elkaar moet tot meer wilde bijen en in het bijzonder hommels leiden. De eerste jaren monitoring zijn bemoedigend: er zijn nu al zeldzame bijen gesignaleerd.

Niet alle veranderingen gaan gemakkelijk. Zo willen kerken graag dat als er processies gehouden worden, de heggen mooi kort gesnoeid zijn. Dat vinden zij een mooi beeld. Ook vanuit verkeersveiligheid of wensen van aangrenzende grondeigenaren kunnen heggen soms niet uitgroeien tot struweelhagen. Daar word dan een middenweg gevonden tussen deels strak en deels bloeiende heggen. Overigens ook vanuit regelgeving in het agrarisch natuurbeheer moeten oplossingen worden bedacht: die betaalt nu voor (intensief) beheer en niet voor ecologisch resultaat. En budget voor beheer van heggen is nu al beperkt en zelfs dat budget staat politiek helaas vrijwel altijd ter discussie. Boeren en andere deelnemers aan het project zijn heel enthousiast door de praktische aanpak waarin aanpassingen meteen resultaat laat zien én doordat alle partijen met elkaar samenwerken. Wilde bijen worden verder door iedereen als nuttig gezien en zijn heel zichtbaar waarmee zij een geliefde soortgroep zijn om je best voor te doen.  Het project loopt drie jaar tot en met 2021, om daarna hopelijk over te gaan in een Living Lab. Een plek waar de unieke samenwerking tussen boeren en Natura 2000 gebieden bijdragen aan een grotere biodiversiteit, samen de heggen en rijk en jaarrond bloeiende graslanden in het kenmerkende Zuid-Limburgse landschap terugbrengen, met de boshommel als mascotte.

Meer info is op de website van Natuurrijk Limburg te vinden.

23 maart 2020
Deel dit bericht