Home / Actueel / Position paper | Natuurinclusieve landbouw: heldere definitie en meer inzet nodig

Position paper | Natuurinclusieve landbouw: heldere definitie en meer inzet nodig

21 februari 2017

Sinds zijn introductie in de Rijksnatuurvisie van 2014 heeft de term ‘natuurinclusieve landbouw’ een hoge vlucht genomen. Er zijn rapporten geschreven, er is een netwerk opgericht dat in januari 2017 een manifest heeft uitgebracht en de staatssecretaris komt voorjaar 2017 met een nadere toelichting op zijn bedoelingen. Ook buiten Nederland maakt het vergelijkbare concept van de agro-ecologie furore. Zo zet Frankrijk sinds 2012 zijn beleid in voor het bevorderen van agro-ecologie en is het inmiddels ook mondiaal (in FAO-verband) een belangrijk thema.

BoerenNatuur ziet natuurinclusieve landbouw als een instrument in de transitie van de landbouw, op weg naar een landbouw die op alle fronten beter rekening houdt met de natuur. Als een systeeminnovatie dus, die zich richt op de landbouw als geheel. In deze position paper staan we stil bij de volgende vragen:

  • Welke definitie natuurinclusieve landbouw hanteren we?
  • Hoe kan natuurinclusieve landbouw het best dichterbij worden gebracht?
  • Welke rol kan BoerenNatuur hierbij spelen?

Positionpaper Natuurinclusieve landbouw BoerenNatuur

Toekomstbeeld in een notendop

In ons wensbeeld is natuurinclusieve landbouw een concept dat zich duidelijk onderscheidt van andere vormen van duurzame landbouw. Een concept dat zich richt op het gehele bedrijfssysteem, gericht op een brede versterking van de biodiversiteit op en rond boerenland, het verantwoord benutten van de functionele elementen daarvan en het minimaliseren van negatieve effecten op biodiversiteit in de omgeving – met zoals gezegd een accent op de eerste twee aspecten. Een bedrijf mag zich ‘natuurinclusief’ noemen als het een voldoende aantal maatregelen neemt uit een breed keuzemenu (puntensysteem), waarbij wordt geborgd dat er op voldoende biodiversiteitsaspecten punten worden gescoord. Het systeem wordt landelijk uitgerold, maar de invulling krijgt regionaal gestalte: hier worden de prioriteiten vastgesteld en wordt maatwerk in maatregelen geleverd. Een regionaal samenhangend maatregelenpakket levert extra punten op. De bestaande gebiedscollectieven spelen hierin een cruciale regierol. Maar op bedrijfsniveau moet de daadwerkelijke omslag plaatsvinden. Dat gaat alleen gebeuren als die omslag aantrekkelijk is. In de omgeving van het bedrijf wijzen daarom alle pijlen dezelfde kant op: sector, keten, overheid en onderwijs voeren een actief stimuleringsbeleid voor natuurinclusieve landbouw. Door kennisontwikkeling en -verspreiding en door financiële prikkels wordt de ontwikkeling naar natuurinclusieve landbouw gestuurd, qua inhoud en tempo.

 

Naar een scherpere definitie

In de discussie over natuurinclusieve landbouw gaat het grofweg om vier elementen:

  • Functionele biodiversiteit: bodemleven, natuurlijke plaagbestrijding, bestuiving en genetische diversiteit (rassen).
  • Bevorderen van (wilde) flora en fauna op boerenland, zoals boerenlandvogels en akkerkruiden.
  • Landschaps- en cultuurhistorische elementen of landschappelijke structuren die bijdragen aan biodiversiteit.
  • Verkleinen van de negatieve effecten van de landbouw op natuurwaarden in de omgeving (zorgen voor toereikende milieukwaliteit).

Hoewel het accent ligt op biodiversiteit, is tegelijkertijd duidelijk dat het bevorderen van een natuurinclusieve bedrijfsvoering ook eisen stelt aan de kwaliteit van milieu, water, bodem en klimaat, dus van het gehele ‘natuurlijk kapitaal’. Andersom zullen bedrijfsmaatregelen voor een natuurinclusieve bedrijfsvoering niet zelden ook positieve effecten hebben op de milieukwaliteit en diergezondheid. Zo zijn er veel raakvlakken tussen biodiversiteit en milieukwaliteit.

BoerenNatuur vindt dat natuurinclusieve landbouw belangrijke meerwaarde heeft ten opzichte van zijn huidige core business, het agrarisch natuurbeheer. Ten eerste doordat we het zien als een systeembenadering: agrariërs beheren niet alleen een deel van hun land natuurgericht, maar houden in al hun handelen (meer) rekening met de biodiversiteit op hun bedrijf. Een omslag dus van perceels- naar bedrijfsniveau. In het feit dat biodiversiteit – in al zijn vormen – expliciet onderdeel is van het concept, ligt ook het onderscheid met andere systeembenaderingen zoals biologische landbouw en andere gecertificeerde vormen van duurzame landbouw. De benadering op bedrijfsniveau biedt – door de aanwezigheid van veertig gebiedscollectieven – bovendien goede kansen voor een verdere opschaling naar landschapsniveau. Dat kan de vergroeningswinst nog verder doen toenemen. Ten tweede biedt het brede scala aan biodiversiteitsvormen een belangrijke aanvulling op het ANLb, dat zich richt op selecte soorten in selecte gebieden. Ten derde biedt het concept – mits goed ingevuld – goede aanknopingspunten voor nieuw beleid. Vanuit de sector zelf, maar ook vanuit de keten (die steeds actiever wordt met duurzaamheidseisen) en vanuit de overheid.

Het ministerie van EZ en het manifest van eind januari kiezen bewust voor een open definitie waarbij elk groen initiatief welkom is. BoerenNatuur heeft echter geen behoefte aan een nieuw containerbegrip. We vinden dat er een heldere definitie moet komen. Alleen dan weten bedrijven waar ze aan toe zijn, kun je meten of je doelen dichterbij komen en kun je gericht beleid inzetten om de doelen dichterbij te brengen. Voor de operationalisering denken we aan een scoresysteem waarbij boeren kunnen kiezen uit een breed menu van natuurinclusieve maatregelen en zich bij een voldoende puntenscore natuurinclusief kunnen noemen. Van zulke systemen bestaan al verschillende voorbeelden. Zo is er op regionaal en bedrijfsniveau optimale speelruimte voor maatwerk en hebben boeren houvast (een meetlat zoals in Frankrijk) om te bepalen hoe ze ervoor staan. Omdat natuurinclusieve landbouw een ontwikkelingsrichting is, kan de lat daarbij in de loop der jaren hoger worden gelegd.

 

De boer centraal

Spil in de omslag naar natuurinclusieve landbouw in de individuele boer: hij neemt uiteindelijk – daarbij gestuurd door zijn omgeving – de beslissingen die tot die omslag moeten leiden. Daarom is het van groot belang dat hij wordt gestimuleerd om beslissingen in de gewenste richting te nemen, dus dat alle pijlen in zijn omgeving dezelfde kant op staan en dat er duidelijke prikkels komen om een andere weg in te slaan. Daarbij moet hij op korte termijn in ieder geval niet slechter af zijn en op langere termijn beter af zijn. Daarvoor is het nodig dat:

  • de voordelen goed zichtbaar zijn (dat is nog niet altijd zo);
  • er geen averechtse prikkels zijn (idem);
  • er een breed palet aan maatregelen beschikbaar is. In principe moeten er voor elk type bedrijf zinvolle maatregelen mogelijk zijn.

Hieraan kan BoerenNatuur zelf bijdragen, maar een actieve(re) rol van overheid en keten is cruciaal om natuurinclusieve landbouw tot een succes te maken.

 

Wat wil BoerenNatuur met natuurinclusieve landbouw?

BoerenNatuur vindt natuurinclusieve landbouw een waardevol concept en wil zich hiervoor de komende jaren volop inzetten. BoerenNatuur heeft bij zijn oprichting in 2016 bewust een brede missie geformuleerd: het bevorderen van een meer natuurinclusieve landbouw. Een transitie dus die veel breder gaat dan alleen het bevorderen van agrarisch natuurbeheer en die we sindsdien ook volop uitdragen naar de buitenwacht. De regionale collectieven die in 2015 zijn opgericht, vormen een prachtig uitvoeringsinstrument voor vormen van vergroening die verder gaan dan het agrarisch natuurbeheer. Ook Frankrijk heeft de oprichting van regionale groepen (Groupements d’intérêt économique et environnemental) tot spil verheven van zijn beleid voor agro-ecologie. Veel collectieven zijn gemotiveerd om hun takenpakket te verruimen, zo blijkt bijvoorbeeld uit de animo om ook de vergroening in de eerste pijler van het GLB te gaan aansturen. De collectieven kunnen een cruciale rol spelen in het formuleren van regionale prioriteiten, regionale maatwerkmenu’s van maatregelen, de coördinatie daarvan op landschapsschaal en het motiveren van boeren voor dit alles.

BoerenNatuur zelf wil graag actief betrokken zijn bij de landelijke uitrol van het beleid voor natuurinclusieve landbouw. Concrete activiteiten daarbij kunnen zijn:

  • begeleiding van de collectieven bij de uitrol van natuurinclusieve landbouw in de regio;
  • uitwerken van de maatregelen en assistentie bij de vertaling naar regionaal maatwerk;
  • advisering bij het uitwerken van een puntensysteem en een daaraan gekoppeld groencertificaat;
  • signaleren van kennislacunes, bevorderen kennisuitwisseling;
  • advisering van ketenpartijen bij het operationaliseren van programma’s voor natuurinclusieve landbouw.

 

Wat verwachten we van keten en overheid?

De keten is volop in beweging waar het gaat om de duurzaamheid van de productie, maar de voorbeelden op het vlak van natuur en landschap zijn nog schaars. De zuivel loopt hier voorop (Foqus Planet, Caring Dairy), maar in deze programma’s vormen natuur en landschap tot dusverre geen verplicht onderdeel. Dat is wel het geval bij de initiatieven voor ‘weidevogelmelk’ (zoals Weideweelde), maar deze zijn nog zeer kleinschalig. Ook in duurzaamheidsprogramma’s voor de akkerbouw (o.a. Suikerunie, Cosun) vormt biodiversiteit nog nauwelijks een onderdeel. Vooralsnog is er dus een kloof tussen de grote ambities voor natuurinclusieve landbouw en de kleine schaal van de werkende voorbeelden. Daarom is het van groot belang dat de keten zich in zijn duurzaamheidsprogramma’s sterker richt op biodiversiteit. Daarvoor is een duidelijke marsroute nodig. Bovendien moet opname in duurzaamheidsprogramma’s dan wel betekenen dat er – zeker voor maatregelen die zichzelf niet terugverdienen – sprake is van een meerprijs en de keten dus bijdraagt aan een verdienmodel voor natuurinclusieve landbouw.

Gezien de beperkte rol van de keten, althans op de korte termijn, is naar onze overtuiging een grotere rol van de overheid nodig dan nu is voorzien. Het ministerie zet nu vooral in op een kennis- en onderwijsagenda en op het initiëren en stimuleren van netwerken en mikt voor betaling van natuurmaatregelen op het GLB (vergroening eerste pijler) en het ANLb. Voor de rest gaat het ministerie ervan uit dat de maatregelen primair baten hebben, bijvoorbeeld in geval van functionele biodiversiteit. Dit beleid is in onze ogen verre van toereikend om de ambitieuze doelen te realiseren. Daarom bepleiten we dat het ministerie ook op andere fronten actief stimuleringsbeleid voert en daarnaast geen averechtse prikkels uitdeelt door ook niet-natuurinclusieve bedrijfsontwikkeling te steunen. Zinvol stimuleringsbeleid is bijvoorbeeld:

  • Nationale en provinciale geldstromen (POP, topsectoren, MKB-innovatie) sterker richten op natuurinclusieve landbouw.
  • ‘Groene geldstromen’ in het GLB (vergroening en agrarisch natuurbeheer) verruimen en optuigen met een bredere scala aan biodiversiteitsmaatregelen. Uitwerken en introduceren van een ‘groen puntensysteem’ (zoals het nooit in praktijk gebracht Biodiversiteit+ label).
  • Actiever inzetten op ‘groene grondbanken’.

Op deze manier kunnen alle partijen bijdragen aan een voorspoedige transitie naar een natuurinclusieve landbouw.

 

BoerenNatuur vindt dat natuurinclusieve landbouw belangrijke meerwaarde heeft ten opzichte van zijn huidige core business, het agrarisch natuurbeheer.
Deel dit bericht