Home / Actueel / Nieuwe akkerranden

Nieuwe akkerranden

Meer kennis, minder gewasbeschermingsmiddelen in Oost-Groningen

Eenjarige akkerranden zijn gemeengoed wanneer we spreken over functionele agrobiodiversiteit (FAB). Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen (ANOG) experimenteert met nieuwe akkerranden t.b.v. de waterkwaliteit; met meerjarige bloemen die in het najaar al gezaaid worden. In mei 2018 zijn onder vlag van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, met Waterschap Hunze & Aa’s  Provincie Groningen gestart met een vierjarig project ter verbetering van de agrobiodiversiteit, waterkwaliteit en onkruidbeheersing.

Insecten en Water
Dertig deelnemende boeren zaaien akkerranden in van drie of vier meter breed met een meerjarig mengsel dat nuttige insecten aantrekt langs bieten, aardappelen of granen. Er wordt zo een fysieke buffer gecreëerd tussen akker en sloot. De boer blijft weg van de sloot tijdens het gewasbeschermingsmiddelen spuiten. Dit komt ten goede van de waterkwaliteit.
Door het bloemenmengsel in het najaar te zaaien komt dit al  vroeg in het voorjaar op, is de verwachting. De timing én meerjarige randen hiervan is een groot pluspunt met oog op insecten én onkruidbeheersing. Marjon Schultinga, projectleider ANOG: “ Bij meerjarige randen kunnen insectenpopulaties  direct vanuit de winterslaap een populatie creëren. Zodra de gewassen op de akker opkomen, leven er nuttige insecten naast. Luizen die op de gewassen komen kunnen meteen opgegeten worden door deze insecten. Meer nuttige insecten betekent minder chemische gewasbescherming.” Eenjarige bloemmengsels in akkerranden komen later op in het jaar waardoor er te laat een insectenpopulatie ontstaat om gewassen te beschermen.

Kennis
ANOG, het, is gespecialiseerd in het agrarisch natuur- en landschapsbeheer: ANLb, hoofdzakelijk voor akkervogels. Voor wetenschappelijke kennis is het Louis Bolk Instituut aangehaald. Zo ondersteund wetenschappelijk onderzoek, naar agro ecologie, insecten en kruiden, de factsheets die Schultinga samen met Boki Luske (LBI) vertaalde naar praktische informatie voor in het veld. ANOG organiseert veldbijeenkomsten en studiegroepen om de komende drie jaar de boeren alle kennis aan te reiken die ze nodig hebben, en ze zelf proefondervindelijk kennis op te doen. Gert Baas, boer en lid van ANOG: “Dat je meer én beter snapt hoe deze systemen en mechanismen werken en zelf kan meten hoe goed het gaat. Wij werken samen met de natuur en de grond, daar groeien onze gewassen en komt onze inkomsten vandaan. Als dat beter kan doe ik dat  graag.”

Natuurlijke verhouding
Doel van het project is dat de boer kennis en ervaring opdoet. Zelf kan zien of het nodig is om te spuiten. Is een insecticide bespuiting  eigenlijk wel nodig, of kan ik nog even wachten met spuiten en de natuur zijn gang laten gaan. De verhouding tussen goede en en plaaginsecten wordt naar gekeken. Met een goede verhouding lost de natuur het zelf op. Schultinga: “Als er gespoten wordt wanneer dit eigenlijk niet nodig is, kan het zelfs een averechts effect hebben: dan moordt je de natuurlijke bestrijder uit en hebben de paar resterende luizen ruimte om explosief te vermeerderen. Dan heb je een groot probleem.” Boeren gaan zelf insecten monitoren met vallen, de opkomst van het kruidenmengsel bijhouden met tabellen, waterkwaliteit monitoren aan de hand van welke planten in het water groeien. Komende drie jaar moet duidelijk worden welke manier van zaaien, bijhouden en bestrijden de meeste winst op levert aan biodiversiteit, waterkwaliteit en onkruidbeheersing zodat elke boer van deze kennis kan profiteren. En dus ook de waterkwaliteit en biodiversiteit!

9 april 2019
"Meer nuttige insecten betekent minder chemische gewasbescherming."
Deel dit bericht