Home / Actueel / Lopen collectieven tegen iden­titeitsconflic­ten aan in hun profes­sionaliseringsslag?

Lopen collectieven tegen iden­titeitsconflic­ten aan in hun profes­sionaliseringsslag?

Judith Westerink, Katrien Termeer en  Astrid Manhoudt (WUR resp. VHL) hebben onderzoek gedaan naar wat professionaliseren van collectieven doet met de band met hun leden. Agrarische collectieven zijn afgelopen jaren uit zelfsturende ANVs ontwikkeld tot   professionele organisaties met veel leden.  Het onderzoek gaat in op de vraag of een collectief groot en professioneel kan zijn en toch een boerenclub kan blijven waar de leden graag bij horen en die goed is in het organiseren van onderlinge samenwerking.

De ontwikkeling

In het kort de voorgeschiedenis: de agrarische collectieven zijn veelal ontstaan vanuit agrarische natuurverenigingen. De collectieven waren van mening dat zij beter agrarisch natuur- en landschapsbeheer zouden kunnen organiseren dan de overheid, vanuit hun eigen expertise en band met de agrariërs in hun gebied. Overheid fiatteerde dat op de voorwaardes dat de collectieven zouden groeien in omvang en dat ze professionele organisaties moesten worden, het beheer gaat immers gemoeid met grote bedragen overheidsgeld. Dit is besproken in Brussel, heel veel besproken, en goedgekeurd. Het huidige collectieve stelsel van ANLb kon van start.

Mini-overheid

Eindresultaat is dat er nu 40 agrarische collectieven in Nederland zijn die  het agrarisch natuur- en landschapsbeheer organiseren. Deze collectieven hebben grotere gebieden in beheer en werken aan de hand van het kwaliteitshandboek. Deze professionalisering werd ingevuld op basis van waarden die voor de overheid belangrijk zijn: o.a. transparantie en afrekenbaarheid. De collectieven gingen daarin mee om het vertrouwen van de overheid te winnen om meer ruimte voor zelfsturing te krijgen. Maar wat deed dat met hun karakter als boerenclubs? Worden ze niet teveel een mini-overheid waarin de leden zich niet meer herkennen? Verlies je met deze professionalisering de binding met je leden? Deze vragen stelden betrokkenen zichzelf in de aanloop naar het vormen van de collectieven, blijkt uit het  onderzoek. Het artikel van Westerink, Termeer en Manhoudt stelt de vraag; is het sociaal kapitaal dat is opgebouwd tussen de collectieven en de overheid niet teveel ten koste gegaan van het sociaal kapitaal tussen de collectieven en hun leden?

Hoe om te gaan met deze ‘identiteitscrisis’

De onderzoekers stellen dat de collectieven zowel zelfsturende boerenclubs zijn als grensorganisaties tussen boeren en overheid in. De identiteit als boerenclub moet gekoesterd worden en desnoods voorgaan op die van de grensorganisatie. Want de band met en tussen de leden staat aan de basis van goede samenwerking in het ANLb. De onderzoekers raden de overheid aan om dat ook te respecteren. Collectieven met veel leden kunnen het sociaal kapitaal binnen hun collectief bevorderen door het vormen van subgroepen waarin de leden elkaar kunnen kennen en waarin lokale samenwerking wordt gestimuleerd. Dat kunnen de oude ANVs zijn, maar ook (regionale) werkgroepen.

Publicatie

Hier is de hele publicatie te lezen.

7 september 2020
Deel dit bericht
Geplaatst in: