Home / Actueel / Innovatieprogramma Veen-Bodemdaling: experimenteren is essentieel

Innovatieprogramma Veen-Bodemdaling: experimenteren is essentieel

We weten al heel veel over de aanpak van bodemdaling, maar ook nog heel veel niet. Meer experimenteren is essentieel om de juiste keuzes te kunnen maken binnen een complex en urgent dossier. Dat concludeert het Innovatieprogramma Veen (IPV) in de tussenrapportage ‘Een gewaagd initiatief’. Het IPV onderstreept daarmee de belangrijkste bevindingen van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) eerder deze maand in een rapport. Terecht vraagt de Raad aandacht voor het belang van een solide kennisbasis.

Bodemdaling is in onze veenweidegebieden al decennialang aan de gang. Om het land voor koeien en tractoren begaanbaar te houden, zetten de waterschappen het waterpeil laag. Het veen komt in contact met zuurstof, verbrandt en klinkt in. Bodemdaling heeft gevolgen voor de ecologie en waterkwaliteit (door bijvoorbeeld verzilting) en leidt ook economisch tot veel schade. Bovendien komt bij veenverbranding veel CO2 vrij. Genoeg reden om van bodemdaling werk te maken. In het Klimaatakkoord is inmiddels ook een harde doelstelling geformuleerd: in 2030 moeten veenweidegebieden 1 megaton minder CO2 uitstoten.

Het Innovatieprogramma Veen (IPV) is een vijfjarig innovatieprogramma (2017-2021) waarin agrarisch collectief Water, Land & Dijken en Landschap Noord-Holland onderzoek doen naar reductie van bodemdaling. Het doel is om bodemdaling met 90% te verminderen, met behoud van een perspectief voor de landbouw. De experimenten richten zich op twee sporen: veehouderij in combinatie met vernatting door drukdrains en natte teelten.

Complexiteit versus urgentie

Deze zomer maakt het IPV voor het eerst de balans op in de tussenrapportage ‘Een gewaagd initiatief’. De belangrijkste conclusie: doe niet te snel aannames, daarvoor is de complexiteit van het veenweidesysteem te groot. Zo leidt vernatting niet automatisch tot minder bodemdaling en broeikasgasuitstoot. Meer onderzoek is absoluut noodzakelijk, vindt het IPV. Dat staat op gespannen voet met de urgentie om snel te handelen. Pilots zijn daarom essentieel: gewoon doen en uitvinden wat op welke plek werkt en wat niet – ook als een methode zich nog niet honderd procent heeft bewezen. Dat nu drukdrains worden aangelegd in het programma Vitaal Platteland Laag-Holland is een uitstekend voorbeeld: uitrollen levert de meeste kennis op.

Anders omgaan met kennis

Het IPV kan zich daarom helemaal vinden in de bevindingen van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in het rapport ‘Stop bodemdaling in veenweidegebieden’. Hoewel er al veel gebeurt blijft een grote omslag achterwege en worden pilots niet opgeschaald, aldus de Raad. In plaats van meer, kortdurende kennisprogramma’s pleit de Rli voor een structurele, goed ontsloten kennisbasis: “Om ingrijpende beslissingen over de beste aanpak niet te hoeven nemen, vlucht men in het uitzetten van nog meer onderzoek. Het is zaak dat de omgang met kennis verandert en dat vergaarde kennis vaker wordt toegepast en benut.” Het Innovatieprogramma Veen kan dat alleen maar onderschrijven en gaat hierover graag met beleidsmakers in gesprek.

Voor meer informatie over deze tussenrapportage van het IPV kunt u terecht bij Walter Menkveld (06-25341881), Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Water, Land & Dijken of Roel van Gerwen (06-33346976), programmamanager IPV. Of op de website: www.innovatieprogrammaveen.nl

Landelijke werkgroep en stuurgroep Veenweiden

BoerenNatuur neemt deel in de landelijke werkgroep en stuurgroep Veenweiden. In de laatste bijeenkomst is het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen uit Veenweiden, het NOBV gepresenteerd. Deze organisatie is bezig met het meten op vijf locaties www.nobveenweiden.nl, daarbij worden de broeikasgassen van de twee maatregelen: onderwaterdrainage en natte teelten op landbouwpercelen gemeten. Komende maanden worden meer pilots en maatregelen geselecteerd om daar ook te gaan meten. Bijvoorbeeld (greppel) plas-dras langer laten staan tot eind augustus of hogere waterstanden in sloten. Gezocht wordt naar pilotlocaties en mogelijke maatregelen voor vernatting van veenweiden. De deelnemende boeren krijgen compensatie voor het beschikbaar stellen van hun land als meetlocatie. Als er voorbeelden zijn waar landbouw met hoge waterstanden in veenweidegebieden wordt gecombineerd of maatregelen worden genomen waarvan je graag wil dat ze meegenomen worden in de metingen, geef het aub door.

Voor vragen over de landelijke werkgroep veenweiden of het doorgeven van ideeën voor maatregelen of locaties kun je mailen met Carleen Weebers (cweebers@boerennatuur.nl). Henk-Jan Soede neemt deel aan de stuurgroep Veenweiden.

14 september 2020
Deel dit bericht