Home / Actueel / Eindrapport Optimalisatieplannen gereed – wat kunnen we samen doen om de realisatie van de ANLb opgave dichterbij te brengen?

Eindrapport Optimalisatieplannen gereed – wat kunnen we samen doen om de realisatie van de ANLb opgave dichterbij te brengen?

Met onze 40 agrarische collectieven werken we hard samen, en steeds vaker ook met vele andere betrokken partijen, om onze bijdrage te leveren aan het herstel en behoud van onze boeren-natuur. Tegelijkertijd weten we ook dat er meer nodig is dan wat we kunnen doen met huidige subsidie agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarom hebben we gekeken wat we denken wat nodig is om het agrarisch natuur- en landschapsbeheer te optimaliseren: zowel op de korte als de lange termijn. Bijna alle collectieven hebben daarom optimalisatieplannen gemaakt waarin ze aangeven wat binnen hun werkgebied op het gebied van agrarisch natuur- en landschapsbeheer nodig is om dichter bij het halen van de doelen op het gebied van natuur en landschap te komen. Op basis van deze individuele plannen is een overall rapportage opgesteld waarin de gezamenlijke ambities en opgaven zijn gebundeld. In dit bericht kun je lezen wat de totale opgave is. Het opstellen van de optimalisatieplannen is financieel mogelijk gemaakt door het Minister van LNV. Het project is begeleid door Aequator.

Optimalisatieopgave in drie onderdelen

In het eindrapport optimalisatieplannen wordt uitgebreid verslag gedaan van hoe de collectieven gezamenlijk de optimalisatieplannen hebben opgesteld en welke opgave voor optimalisatie we gezamenlijk voor ons zien. De optimalisatieopgave is uitgesplitst in drie gelijkwaardige onderdelen, namelijk (1) proces/samenwerking; (2) motivatie en kennis; en (3) investeringen en inrichting en beheer. Daarbij is onderscheid gemaakt naar de opgave op korte termijn (deze GLB periode) en de langere termijn (de volgende GLB periode). Hieronder is kort per onderdeel samengevat welke acties collectieven zien voor de korte en langere termijn. In het eindrapport is hier veel meer over te lezen.  

Onderdeel 1: Optimalisatie van samenwerking

Bij het eerste onderdeel proces/samenwerking met gebiedspartners wordt het overleg met provincie, gemeentes, waterschappen, terreinbeherende organisaties (TBO’s), WildBeheerEen-heden (WBE) en collectieven onderling genoemd als dat die moeten worden verbeterd. Veel collectieven onderhouden deze contacten al en vaak zijn die contacten onderdeel van een uitgebreid samenwerkingsnetwerk of gebiedsproces. Maar de contacten kunnen intensiever want ze kunnen direct tot betere resultaten leiden. Denk bijvoorbeeld aan een betere afstemming van beheer tussen natuurgebieden en agrarische gebieden of aan predatiebeheer. Voor de langere termijn nemen veel collectieven graag een rol in de transitie naar een meer natuurinclusieve landbouw. Daarbij zien collectieven vooral een rol in het opdoen, delen en toepassen van kennis over natuurinclusieve landbouw met alle boeren en andere organisaties die dat willen.

Onderdeel 2: Optimalisatie van motivatie en kennis

Het tweede onderdeel, motivatie en kennis bij betrokkenen binnen de collectieven, zoals de beheerders, vrijwilligers, bestuurders en medewerkers maar ook bij externe betrokkenen is cruciaal voor de optimalisatie. Het op peil hebben en houden van kennis bij betrokkenen is nodig om beheer goed uit te voeren, om effecten van beheer te monitoren en om lerend te beheren. Ook communicatie is een speerpunt om de werkzaamheden van collectieven onder de aandacht te brengen en om de inspanningen van boeren op het vlak van agrarisch natuur- en landschapsbeheer bekend te maken.

Onderdeel 3: Optimalisatie van inrichting en beheer

Het derde onderdeel, inrichting en beheer, is uitgesplitst per leefgebied. Voor open grasland wordt veel ingezet op verzwaring van beheer naast of soms in plaats van uitbreiding van beheerhectares. Predatie is een onderwerp dat veel terugkomt voor de leefgebieden open akker en open grasland. Naast het op orde krijgen van alle elementen van bijvoorbeeld een weidevogelleefgebied is het verlagen van de predatiedruk essentieel om herstel naar robuuste populaties op te kunnen laten treden. Voor de leefgebieden open akker en droge dooradering zijn hoge ambities geformuleerd in de optimalisatieplannen: collectieven zien mogelijkheden en animo voor grote uitbreiding van beheer in de leefgebieden open akker en droge dooradering. Het leefgebied natte dooradering is relatief nieuw en daar moet vooral worden ingezet op meer kennis en ervaringen worden opgedaan om vervolgens het beheer te kunnen optimaliseren.

Totale financiële optimalisatieopgave groot

Op basis van alle individuele optimalisatie plannen met daarin alle acties die nodig zijn, kom je dan tot de volgende totale minimale financiële ambitie om die opgaven te realiseren. Minimaal, omdat niet ieder collectief een plan heeft opgesteld (36 van de 40) en daarnaast zijn niet in alle plannen alle optimalisatie onderdelen voor alle leefgebieden uitgewerkt.

  • Proces/samenwerking met gebiedspartners: meer dan 3,6 miljoen euro nodig t/m 2027
  • Motivatie en kennis: meer dan 10 miljoen euro nodig t/m 2027
  • Investeringen & inrichting: 55,2 miljoen euro nodig en uitbreiding van beheer: van 71 naar meer dan 110 miljoen euro/jaar in 2027.

We zijn al aan de slag, maar er is meer nodig!

De optimalisatieplannen van de collectieven geven een helder beeld van wat er nodig is om het ANLb verder te verbeteren. En het blijft niet bij het maken van plannen! Zo zijn veel investeringen die genoemd waren in de plannen ondertussen uitgevoerd met behulp van een landelijke subsidieregeling niet-productieve investeringen. Ook zijn er in veel provincies samen met de provincies allerlei extra trajecten om samen met collectieven te kijken naar extra mogelijkheden bovenop het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De optimalisatie rondom kennis en motivatie wordt aangepakt met hulp van de LIFE-IP subsidie ALL4BIODIVERSITY waar BoerenNatuur in zit met een onderdeel ‘capacity building’ voor de collectieven. Of er in de volgende GLB periode meer budget komt voor ANLb is van veel zaken afhankelijk. Een belangrijk punt daarbij is ook de relatie met de ecoregelingen. Samen met LTO werken we in zeven GLB pilots om te kijken wat hiervoor de mogelijkheden zijn. Als BoerenNatuur zullen we ons blijven inzetten om de benodigde optimalisatieopgave te realiseren, want de grote opgave maakt duidelijk dat we nog lang niet zijn! Daarbij kunnen we alle hulp gebruiken die er is, dus als iemand ergens kansen en  mogelijkheden ziet de we nu nog niet benutten, dan horen we dat graag.

Meer informatie bij Evelien Verbij – everbij@boerennatuur.nl

13 oktober 2020
Deel dit bericht
Geplaatst in: