Zonder agrarisch natuurbeheer kan niet
Voorzitter Everhardus Togtema over tien jaar BoerenNatuur
(door Wiebe Dijkstra)
BoerenNatuur heeft eind september haar tienjarig bestaan gevierd. Vast niet het laatste jubileum, denkt voorzitter Everhardus Togtema. ,,Nederland kan niet zonder agrarisch natuurbeheer. Landbouw en natuur zijn met elkaar verweven. Dat levert wel eens wat spanning op, maar zonder elkaar kunnen we niet in dit volle landje.’’
Togtema vindt het prima om over BoerenNatuur te praten, maar wil beginnen met de agrarische natuurverenigingen (anv’s). ,,Die waren er eerder en vormen nog steeds de basis van BoerenNatuur. Hun toekomst bepaalt ook de toekomst van BoerenNatuur en niet andersom.’’
Oké, dan eerst de anv’s. Wat was de reden dat die er kwamen?
,,De eersten zijn in 1992 opgericht in Noord-Nederland. Er kwamen snel meer. In tien jaar tijd groeide hun aantal van 20 naar meer dan 60. Al snel was duidelijk dat samenwerking noodzakelijk was. Daarom werden er regionale koepels ingesteld. Zo werd in 2001 de Vereniging BoerenNatuur ingesteld.
BoerenNatuur trad op als spreekbuis naar de overheid en ontwikkelde initiatieven waarvan de aangesloten verenigingen profiteerden. Het leidde tot een versnelde oprichting van plaatselijke en regionale verenigingen. In tien jaar tijd groeide de oppervlakte collectief beheer naar ongeveer 100.000 hectare. Nu is bijna het hele werkgebied van BoerenNatuur ingevuld met anv’s.’’
Zaten we er wel op te wachten dat alles werd vastgelegd in regels?
,,De boer baas op eigen erf en grond. Zo was het altijd. Tot 10, 20 jaar geleden. Vanaf die tijd bemoeide de overheid zich nadrukkelijk met natuur en landschap en met de flora en fauna. De boer kon zich niet afzijdig houden en moest aan de slag met landschapsbeheer. Daarom werden anv’s opgericht. Om gezamenlijk het gevarieerde landschap en de biodiversiteit te bewaren.
In die tijd sloot de overheid beheercontracten met individuele boeren voor losse percelen, maar al snel bleek dat voor effectief beheer van natuur en landschap een gebiedsgerichte aanpak nodig was. De anv’s waren er klaar voor en werkten samen met beheerders van natuurterreinen en andere organisaties. Op het terrein van weidevogelbeheer bijvoorbeeld.
De voordelen van gebiedsaanpak werden in 2009 vastgelegd in het nieuwe Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL). Die aanpak wordt vooral toegepast voor weidevogels, akkervogels, de opvang van overwinterende ganzen en het beheer van kleinschalige landschappen.’’
Zo was het, maar hoe komt het straks?
,,Door de beperking van financiële middelen, het terugtrekken van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie (ELI) en de invloed van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) staan de anv’s op een cruciaal punt. Nog onduidelijk welke kant het uitgaat. Komt er een geldstroom uit Brussel richting anv’s en op welke wijze. De helderheid ontbreekt nog.
Wel duidelijk is dat het Interprovinciaal Overleg (IPO) en staatssecretaris Henk Bleker hebben afgesproken dat de uitvoering van natuur- en landschapsbeleid van Den Haag naar de provincies gaat. Zij hebben een akkoord gesloten waarin is geregeld dat de financiering van het agrarisch beheer binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) via de pijler 2 kan doorgaan. Daarbuiten en dat is in ons werkgebied circa 80 procent van de gronden waarop ook agrarisch natuur- en landschapsbeheer plaats vindt, moeten de centen komen via het Europese GLB-budget.
Daar is zorg over. Die is door Agrarisch en Particulier Natuur- en Landschapsbeheer Nederland (APnl), waarvan BoerenNatuur lid is en Veelzijdig Boerenland neergelegd bij Bleker en het IPO. Ze vragen om ook straks ruimte en geld te houden voor de collectieve aanpak door anv’s. Vraag is of dat kan binnen de voorwaarden van de EU voor financiering uit pijler 1 en of dat genoeg oplevert voor de collectieve aanpak.’’
Europa kiest voor groen. Dat is toch agrarisch natuurbeheer?
,,Dat Europa kiest voor vergroening van het beleid is duidelijk. De boer wil dat wel, maar dan moet er ook geld voor zijn. Nu al zorgen de anv’s voor vergroening op het platteland. Dat willen we ook graag vasthouden. Niet alleen de natuurorganisaties zetten zich daar voor in, ook LTO. Met z’n allen moeten we er voor zorgen dat het agrarisch natuurbeheer niet buiten de boot valt.’’
Het ideaalplaatje is doorgaan op het SNL-pad. Met hulp van het GLB. Voor weide- en akkervogels en ganzenopvang. Wel moet er gekeken worden naar versimpeling van de regels en voorschriften. Nu nog gaat 40 procent van de bijdragen daaraan op, waarvan 30 procent naar Dienst Regelingen gaat. De anv’s moeten werken aan opschaling en professionalisering. Op deze wijze hopen we de uitvoeringskosten te kunnen terugdringen.
Blijft er wel een taak voor BoerenNatuur weggelegd?
,,Je kunt niet in de toekomst kijken. Wat gebeurt er met het overheidsbeleid. Daarvan is de toekomst van de anv’s en dus van BoerenNatuur, sterk afhankelijk. Als bijvoorbeeld het ganzenbeleid op de schop gaat, wat wordt dan de rol van de anv’s en van de koepel BoerenNatuur. Dat is moeilijk in te schatten.
Wat blijft is de ondersteuning van de anv’s, of ze nu groot zijn of klein. Die zijn hier en daar nog te kleinschalig. Friesland is de bakermat van de anv’s, logisch dat die van oorsprong klein zijn.
In het rapport ‘Voorsorteren op het gemeenschappelijk landbouwbeleid 2014’ dat Projecten LTO Noord en het bureau Altenburg en Wymenga voor BoerenNatuur heeft opgesteld, wordt de aanbeveling gedaan de anv’s in hun ontwikkeling tot professionele beheersorganisaties te ondersteunen.
Een andere aanbeveling uit het rapport is: bouw mee aan de versterking van het provinciale maatschappelijke netwerk. Zorg voor draagvlak voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer in de contacten met de provincies en door coalitievorming met provinciale natuur- en landbouworganisaties.’’
Zijn er ook aanbevelingen voor het functioneren van anv’s?
,,In het rapport staat dat de anv’s alleen kans op een toekomst hebben als ze een professionele beheersorganisatie zijn. Pas dan krijgen ze de speelruimte om via zelfsturing een gebiedseigen invulling te geven aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer.
Een andere aanbeveling is dat anv’s zich moeten richten op zaken waar hun meerwaarde ligt. Dat is nu nog natuur- en landschapsbeheer. Andere zaken, zoals kennisverwerving, belangenbehartiging, juridische en administratieve zaken kunnen beter centraal via BoerenNatuur worden aangepakt.’’
Staatssecretaris Bleker is gecharmeerd van anv’s. Of lijkt dat maar zo?
,,Ja, dat kun je wel zeggen. Met de anv’s hebben we goud in handen, zegt hij. Daarmee bedoelt hij dat je met anv’s agrarisch natuurbeheer kunt doen, maar ook allerlei andere lokale dingen op gang kunt brengen, zoals energie. Sommige anv’s doen dat door een gebiedsgerichte aanpak bij het versnipperen van hout en takken. Daar wordt Bleker blij van.
De Noardlike Fryske Wâlden stond op het punt een nationaal landschap te worden. Dat is nu teruggedraaid, maar de anv gaat wel verder met het oppakken van de activiteiten op dat terrein. Ook de andere grote anv in Friesland, ELAN, wil die kant op, net als het Westerkwartier in Groningen. Een goede ontwikkeling.’’
Zijn sommige anv’s niet zo groot dat ze de zaken zelf wel kunnen oppakken?
,,Ja, maar dat doet niks af aan de rol van BoerenNatuur. Dezelfde anv’s vinden dat wij onze plaats moeten houden. Dat denk ik ook. De rol die wij spelen bij de SNL- vergoedingen, blijft van groot belang. Wij hebben de expertise in huis. Het systeem is door ons zelf ontwikkeld. En wat de lijntjes naar de provincie betreft, die heeft één gesprekspartner nodig.’’
Noardlike Fryske Wâlden doet de GLB-pilot. Jammer voor BoerenNatuur?
,,Niet alleen NFW, maar ook de anv’s ANOG en Waterland en één in Twente doen mee in de pilot. Het heeft ons wel verrast dat het ministerie hiermee rechtstreeks naar de anv’s ging. Eerst was niet helemaal helder wat de bedoeling was, intussen wel. Via de landelijke koepel APnl, worden we tot in detail op de hoogte gehouden van de stappen die worden gezet om de GLB-gelden in te zetten.’’
Door sommige anv’s wordt kritisch naar BoerenNatuur gekeken. Waarom?
,,Niks mis mee om ons kritisch te volgen. We moeten onze toegevoegde waarde altijd bewijzen. Dat vraagt wel menskracht en daar zitten we niet zo ruim in. Iedereen weet dat ook. Met ons jubileum hebben we kunnen bewijzen dat we goede thema’s aan de orde kunnen stellen. Dat vindt men ook een goede zaak.
Omdat Friesland voorop liep met de anv’s, heeft de koepel misschien een beetje een Friese uitstraling. Dat zou kunnen, maar ik merk dat niet erg. Sterk punt van het Noorden is dat we elkaar altijd goed verstaan. Drenthe is nog wat zoekende naar de goede vorm, maar ook dat komt goed. We gaan respectvol met elkaar om.’’
In BoerenNatuur zitten ook particuliere natuurbeschermers. Kan dat?
,,De ANOG is een anv waarin een particuliere natuurbeheerder zit en ook bij Barradeel is dat het geval. Dat verandert niks aan de rol die wij spelen. Natuurbeleid is natuurbeleid. We hebben daarover goed contact met SBNL en APnl, de landelijke organisaties voor particulier en agrarisch natuurbeheer.’’
Houdt BoerenNatuur zich bezig met landelijke belangenbehartiging?
,,De landelijke belangenbehartiging ligt in eerste instantie bij APnl. Daar melden we ons met onze wensen en opmerkingen. Met de uitslag komen we weer terug naar het Noorden. Als natuur- en landschapsorganisatie zitten we niet regelmatig met de minister of de staatssecretaris om de tafel. Het meest overleggen met de provincies in IPO-verband omdat het agrarisch particulier natuur en landschapsbeleid steeds meer gedecentraliseerd is naar de provincies.
Via onze provinciale bestuurders van BoerenNatuur overleggen we rechtstreeks met de provincies. Ook met LTO Noord wordt goed samengewerkt. Binnenkort staat er overleg van de organisaties met staatssecretaris Bleker op stapel. Omdat het gaat over het GLB en de geldstroom richting agrarisch natuurbeheer. Jos Roemaat, voorzitter van APnl voert in eerste instantie dat overleg.’’
BoerenNatuur, Veelzijdig Boerenland en APnl. Alles op één hoop vegen?
,,Ik denk niet in die termen. Het gaat er om hoe we onze boodschap het beste kwijt kunnen. Dat gaat prima via APnl. Wij hebben de afspraak met LTO Noord dat zij in ons werkgebied in de eerste plaats de belangenbehartiger zijn voor het ruimtelijk beleid en wij de belangenbehartiger rond het agrarisch particulier natuur en landschapsbeheer. Dat werkt goed.’’
Van huis uit akkerbouwer
Togtema is van huis uit Groninger akkerbouwer. Daarna waterschapsbestuurder en sinds 2006 voorzitter van BoerenNatuur. Waarom hij voorzitter werd? ,,Roel Cazemier ging naar Omrop Fryslân en kon dat niet combineren met het voorzitterschap van BoerenNatuur. Toen ben ik gevraagd. Het werk sluit naadloos aan bij wat ik eerder heb gedaan. Agrarisch en een watercomponent. Dat vond ik hier terug.’’
De voorzitter deed de 50 hectare akkerbouw in de maatschap Togtema/Edens in Bellingwolde. Zijn zwager de 45 hectare grasland met 90 melkkoeien. Tot hij in 1982 voorzitter werd van waterschap Reiderzijlvest, dat na de fusie Dollardzijlvest heette. Hij stapte uit de maatschap in 1994 toen hij dijkgraaf werd van Wetterskip Fryslân.
Toen hij daar in 2004 mee stopte, leidde Togtema de fusie in goede banen van vijf waterschappen tot Hoogheemraadschap van Rijnland en werd hij interim-Dijkgraaf. Nu is hij nog lid van adviescommissie Water van het ministerie van Verkeer en Waterstaat onder voorzitterschap van prins Willem Alexander.
Foto: Wiebe Dijkstra